Een wereld van nieuwe smaken

Een beetje van dit, een beetje van dat, maar niet zomaar wat!
Het is niet altijd gemakkelijk om te weten hoe en wanneer je nieuwe smaken in zijn menu kan en mag integreren. Je baby heeft nog zijn hele leven voor zich en heeft alle tijd om nieuwe smaken te ontdekken. Je gaat dus best stap voor stap tewerk.

Recepten die hem van groente doen houden
De eerste smaak van groente kent hij al want hij is al vertrouwd met soep en puree.

Wanneer je baby acht maanden oud is, heeft hij ongeveer 130 g tot 170 g groente per dag nodig. Die dagelijkse hoeveelheid verdeel je over twee maaltijden. Als je baby zijn groentepapje niet wil, stel de dingen dan niet uit maar oefen geduld. Je kan ook altijd een paar lepeltjes melk aan het papje toevoegen.

Start met een groente die een zachte smaak heeft, zoals wortels, maïs in de vorm van maïzena of boontjes. Introduceer dan een voor een andere groenten zoals broccoli, bloemkool, courgette en aardappeltjes.

Je wacht beter tot 9 of 10 maand vooraleer hem groente met nitraten te geven (spinazie, knolletjes, artisjok, biet, sla). Je geeft beter geen kool (uitgezonderd broccoli en bloemkool), selder, erwtjes, prei, paprika of schorseneren. Ze fermenteren in het darmstelsel en geven een opgeblazen gevoel. De kans bestaat dat je baby gaat huilen van de pijn. Om diezelfde reden wacht je best met rauwe en gedroogde groente tot je baby anderhalf is. In elk geval moet je de keuze van de groente laten afhangen van zijn darmtransit: sommige groenten werken laxerend (spinazie, boontjes, prei) terwijl andere, zoals worteltjes, net het tegenovergestelde effect hebben.

Hou dus in de gaten hoe je baby reageert op een bepaalde groente en pas zijn menu aan in functie van zijn reacties.

Goed voor de tandjes!
In het begin werkt een broodkorstje of koekje meer als bijtring dan als eten. Het zijn accessoires waar je baby ongelooflijk veel plezier aan beleeft, die hij gemakkelijk kan vasthouden en waar hij lekker op kan kauwen. Naarmate hij groter wordt, zal hij ook de kleine hardere stukjes opeten. Geef hem een stukje brood of koekje wanneer hij 8 maand is, maar enkel en alleen als je zeker weet dat hij kan kauwen. Hij moet dus enkele tandjes hebben en zijn darmstelsel moet gluten en tarwebloem kunnen verteren. Kies wit brood in plaats van volkoren zodat hij geen last krijgt van zijn darmpjes. Laat hem nooit alleen eten want hij zou wel ’s alles tegelijk in zijn mondje kunnen proppen. Geef hem zeker geen mals toastbrood: zo’n brood is niet leuk om op te kauwen en mee te spelen en kan hem bovendien doen stikken.

Kies koekjes voor baby’s: ze smelten in de mond en bevatten weinig suiker. Je kan hem ook lange vingers geven, dat zijn de typische witte koekjes die je bij champagne serveert.

Waarom is tarwebloem goed?
Tarwebloem bevat veel trage of meervoudige suikers.
Tarwebloem bevat proteïnen van plantaardige oorsprong.
Tarwebloem bevat vitaminen van de B-groep en weinig mineralen (fosfor, kalium...).